Cornelius (Cornelis Peeters) Houtepen (V.31)

Cornelius (Cornelis Peeters) HOUTEPEN [1], gedoopt (RK) op 25-09-1678 te Rijen (getuige(n): Joannes Petri Houtepen en Adriana Cornelis Adriaen Lieven). V:Petrus Petri Houtepen, M:Helena Cornelii Adriaen Liven, begraven 1711*1712 te Rijen.

Zoon van Peeter Peetersen HOUTEPEN (zie IV.32) en Helena (Heijltien) LIEVEN.

Gehuwd voor de kerk op 23-jarige leeftijd op 06-11-1701 te Gilze Rijen met Machtildis Adriaan (Gieltien) PEETERS, geboren circa 1680 te Gilze, begraven op 13-04-1745 te Gilze (Haansberg), dochter van Adriaan Peeters WILLEMEN. (Cornelius Petri Houtepen, Michaela Adriani Petri). Getuigen: Joanna Adriani Houtepen, Eva Adriani van Gils.

Uit dit huwelijk:

1.  Heijliger (zie VI.24).
2.  Adriaentien [2], gedoopt circa 1704, overleden voor 1724 te Rijen.
3.  Lucia (Sijcken) [3], gedoopt circa 1708.
4.  Catharina (Catalijn/Catrina) (Cornelissen/Cuypers) [4], gedoopt op 02-05-1711 te Gilze, overleden op 25-12-1784 te Terheijden op 73-jarige leeftijd, begraven op 28-12-1784 te Terheijden. Gehuwd voor de kerk circa 1750 te Terheijden? Echtgenoot is Jacobus DOEMEN, geboren circa 1725.

 

[1] Achtergrond informatie bij Cornelius (Cornelis Peeters) HOUTEPEN:
Cornelis verkoopt op 15 januari 1707 aan Jan Geerden van Heusden, echtgenoot van zijn zus Cornelia, het kuipersgereedschap en het hout dat tot de de onderneming van zijn vader behoort en door zijn ouders aan hem bij hun testament is gelegateerd, zulks voor een bedrag van f46,00 te betalen op de eerstvolgende vastelavond. Cornelis geeft hierbij als reden op, dat "hij, Cornelis Peeters Houtepen, nu sijnde getrouwt, het sijn gelegentheijt niet en is, om dien winckel oft gereetschap te gebruijcken" (SAB N395 f28).
Later dat jaar is hij op 7 of 26 december 1707 getuige bij de doop van Gerardus, zoon van Joannes Gerardi van Heusen en Cornelia Petri Houtepen, te Rijen.
Cornelis overlijdt niet lang daarna met achterlating van zijn echtgenote en vier minderjarige kinderen. Op 20 december 1712 wordt namelijk in twee vestbrieven vermeld dat zijn vier onmondige weeskinderen "met namen Heijliger, Adriaentien, Sijcken ende Catlijn, daer moeder aff is Gieltien Adriaen Peeters", als erfgenamen en deelgenoten in de nalatenschap van hun grootvader Peeter Peetersen Houtepen worden vertegenwoordigd door Niklaes Sijmon Peijmans en Cornelis Cornelissen Peeters bij de verkoop van diens huis en een kavel zaailand (SAB V674, f61v en 62v). 
Op 17 mei 1714 legt Nicolaas Sijmon Peijmans als voogd van de minderjarige kinderen rekening en verantwoording af aan Cornelis Cornelis Peeters als toeziend voogd en aan Gieltien Adriaen Peeters, "der weesen moeder". Nicolaes is een neef van de overleden Cornelis: diens moeder Maria Peeters Houtepen is een zus van zijn vader Peeter Peeters Houtepen. Uit deze boedelrekening blijkt dat de activa van zijn nalatenschap enkel bestonden uit zijn onverdeeld een/vierde aandeel in de nalatenschap van zijn vader, te weten voormelde vestgoederen die op 26 november 1712 publiekelijk zijn verkocht voor respectievelijk f190,00 en f675,00, waarvan na het betalen van het strijkgeld overbleef f188,60 en f659,40 en een obligatie van f150,00. Tot de passiva behoorden naast de kosten van een doodskist ad f3,85 en f5,85 aan bier en winkelwaar, door Thomas Adriaan Houtepen geleverd in verband met de begrafenis en de uitvaart, ook een schuld uit geldlening van 25 maart 1711 aan Jan Govaart Cornelissen, groot f30,00, en een schuld uit geldlening van 10 mei 1711 aan Adriaan Lambertus van der Pas, groot f25,00. Voorts wordt betaald de rente van een schuld aan deze Van der Pas, in hoofdsom groot f100,00 en de rente van een schuld aan Denijs van Gorp, in hoofdsom groot f50,00. Deze twee geldleningen worden echter niet afgelost. Opvallend is overigens dat ook een achterstallige betaling van verpondingen ten laste van zijn broer Adriaen Peeter Adriaensen Houtepen bij de weeskinderen in rekening wordt gebracht. Per saldo bedraagt de ontfanck f250,30 en zes penningen en de uitgeeff f238,15 en zes penningen, zodat te ontvangen bleef f12,10 en tien penningen. Uit de boedelrekening blijkt voorts dat Cornelis landhuur betaalde aan Peeter Janssen Biermans en aan Jan Adriaan Heijligers.
Op 18 april 1717 hertrouwt Gieltie Peeters in Gilze NG met Jan Martens de Bruijn, zoon van Marten Adriaans de Bruijn en weduwnaar van de in 1716 overleden Maria Adriaansen, dochter van Adriaan Sijmons (Beckers). Blijkens de kohieren op het gemaalgeld trekt Gieltie met haar kinderen bij hem in. De gezamenlijke huishouding houdt echter niet lang stand. Vanaf 1719 wordt namelijk gemeld dat zij en haar kinderen apart wonen. Jan Martens overlijdt in 1729 na vanaf 1725 als onvermogend onder de Armenzorg te zijn gevallen. In de kohieren van het gemaalgeld worden alleen Heijliger en Catalijn vanaf 1724 vermeld bij Gieltien Adriaans Peeters, "laatst vrouw van Jan Martens de Bruijn". De twee andere kinderen zijn dan waarschijnlijk al overleden. Een van de kinderen is wellicht op ongeveer hetzelfde tijdstip als Cornelis overleden aangezien in zijn boedelrekening nog wordt vermeld dat er twee guldens twee stuivers en acht penningen aan kerkrecht is betaald "den kinderen vader zaliger ende deselffs kindt". 

[2] Achtergrond informatie bij Adriaentien:
Adriaentien wordt enkel genoemd in de vestbrieven waarbij de vestgoederen van haar overleden vader worden verkocht. Wellicht wordt haar vader in de doopboeken aangeduid met het patroniem Cornelissen of het beroep van zijn vader Cuypers. Vermoedelijk overlijdt zij voor 1724, aangezien zij niet meer in de kohieren van het gemaalgeld voorkomt in tegenstelling tot haar broer en zus Heijliger en Catalijn. 

[3] Achtergrond informatie bij Lucia (Sijcken):
Sijcken wordt enkel genoemd in de vestbrieven waarbij de vestgoederen van haar overleden vader worden verkocht. Wellicht wordt haar vader in de doopboeken aangeduid met het patroniem Cornelissen of het beroep van zijn vader Cuypers. Vermoedelijk overlijdt zij voor 1724, aangezien zij niet meer in de kohieren van het gemaalgeld voorkomt in tegenstelling tot haar broer en zus Heijliger en Catalijn. Volgens De Kort wordt haar naam wel op de gemaallijsten vermeld. 

[4] Achtergrond informatie bij Catharina (Catalijn/Catrina) (Cornelissen/Cuypers):
In de doopregisters wordt als haar moeder vermeld Machtildis Willemen. Catharina woont volgens de kohieren van het gemaalgeld tot en met 1724 nog op de Haansberg bij haar moeder Gieltie Adriaan Peeters, waarvan vermeld wordt dat zij laatst vrouw van Jan Martens de Bruijn is. Aangezien zij op dat moment nog minderjarig is, wordt zij nog maar voor half geld aangeslagen. Zij wordt in 1726 en 1728 met de achternaam Cornelissen aangeduid en in 1727 met Cuypers. Vanaf 1725 tot en met 1728 woont en werkt zij echter al als meid bij Cornelis Peeter Biemans te Rijen, en hoeft er voor haar maar half geld betaald te worden. Van 1729 tot en met 1730 wordt zij dan voor heel geld aangeslagen als zij als meid werkzaam en woonachtig is bij de weduwe Peeter Jan Biemans op de Haansberg.
Uit het huwelijk met Jacobus Domen worden drie zonen geboren: Dingemannus wordt op 25 juni 1750 in Terheijden gedoopt, waarbij Elisabeth Domen en Cornelius de Bruyn als getuigen aanwezig zijn, Bernardus op 24 oktober 1752 met Bartholomeeus van Dorst en Maria Anemaet als getuigen, en Cornelius op 10 december 1754 met Petrus Aniemaet en Petronilla Cornelia van den Biggelaer als getuigen.
In de kerkregisters staat genoteerd dat in verband met haar overlijden de klok op 26 december is geluid en er niets is ontvangen, aangezien Catharina, weduwe van Jacobus Dame, van de Armen werd gealimenteerd. 

Familiewapen Houtepen
Cornelius (Cornelis Peeters) Houtepen