Joannes (Jan Thomas) Houtepen (VI.12)

Joannes (Jan Thomas) HOUTEPEN [1], schepen in 1744-1751 en 1752-1771, gedoopt (RK) op 16-04-1711 te Rijen (getuige(n): Joannes Cornelii Eelans, Dimpna Andreae Eelans). V: Thomas Adriani Houtepen, M: Dimpna Cornelii Eelans, overleden 1763 te Rijen Kerkstraat.

Zoon van Thomas HOUTEPEN (zie V.2) en Dingena (Dympna) ELANTS (Glaudi).

Gehuwd op 23-jarige leeftijd op 16-05-1734 te Gilze met Petronilla (Pieternella/Pietronella) STAPELS [2], 19 jaar oud, geboren te Rijen, gedoopt (RK) op 14-02-1715 te Rijen, begraven op 04-11-1782 te Rijen op 67-jarige leeftijd. Dochter van Wouter STAPELS en Elisabeth BECKERS.

Uit dit huwelijk:

1.  Adrianus (Adriaan), gedoopt (RK) op 26-04-1735 te Rijen, begraven op 22-08-1748 te Gilze op 13-jarige leeftijd.
2.  Joanna Maria (Jennemie/Jannemie) [3], gedoopt (RK) op 13-02-1737 te Rijen, begraven op 17-08-1748 te Rijen op 11-jarige leeftijd.
3.  Petrus [4], gedoopt (RK) op 01-06-1739 te Bavel, begraven op 09-07-1739 te Bavel, 38 dagen oud.
4.  Dijmpna (Dingena) [5], gedoopt (RK) op 20-09-1740 te Bavel (getuige(n): Maria Hoij voor en namens Johanna Houtepen en Hubertus Crul). V: Joannes Thomae Houtepen, M: Petronilla Walteri Stapels, begraven op 09-09-1749 te Rijen op 8-jarige leeftijd.
5.  Maria Catharina [6], gedoopt (RK) op 22-06-1743 te Bavel (getuige(n): Gijsbertus Stapels en Catharina Houtepen). V: Joannes Thomae Houtepen, M: Petronilla Walthera Stapels, begraven op 20-01-1745 te Rijen in de kerk op 1-jarige leeftijd.
6.  Petronilla (Pieternel) [7], gedoopt (RK) op 18-01-1746 te Rijen, begraven op 10-06-1747 te Rijen in de kerk op 1-jarige leeftijd.
7.  Petronilla Josepha (Pieternel/Pieternella) [8], gedoopt (RK) op 14-01-1749 te Rijen, begraven voor 1783. Ondertrouwd op 05-01-1775 te Gilze, gehuwd op 26-jarige leeftijd op 22-01-1775 te Gilze met Johannes (Peter) BOOMAERTS, geboren 1749 te Oosterhout (Dorst).
8.  Petrus Josephus (Peter) (zie VII.9).
9.  Dimpna (Dingena) [9], gedoopt (RK) op 01-05-1756 te Rijen, begraven na 1808 te Rijen. Gehuwd op 24-jarige leeftijd op 28-01-1781 te Gilze met Joannes Baptista (Jan Babtist) WILLEMEN, 23 jaar oud, knecht, bouwman, geboren te Oosterhout (Steenhoven), gedoopt (RK) op 11-01-1758 te Oosterhout, overleden op 16-10-1840 te Rijen op 82-jarige leeftijd. Zoon van Adriaan Adrianus WILLEMEN en Clara Christophorus Petrus DINGEMANS.

 

[1] Achtergrond informatie bij Joannes (Jan Thomas) HOUTEPEN:
Volgens de kohieren van het gemaalgeld woont hij in de periode 1724-1727 als zoon bij Thomas Adriaan Houtepen te Rijen voor half geld en vervolgens tot aan zijn huwelijk in 1734 voor heel geld. Van 1735 tot 1737 is hij hoofdbewoner in het naburige huis voor het gehele bedrag. Johannes Thomas Houtepen en zijn vrouw Pieternella Wouter Stapels verkrijgen op 29 januari 1735 voor f200,00 van de erfgenamen van Clara Leendert Claassen de oostelijke helft van een veertien loopenzaat kavel zaailand, genaamd de Streepenakker, te Rijen in Den Hoek (RAT 2804R36 f175). 
Op 15 februari 1737 koopt zijn vader op een publieke verkoop voor f1.300,00 van de kinderen van Pieter Prince den ouden een huis met paardestal en brouwerij op de Eijckberg te Bavel, ter grootte van 550 roeden alsmede drie kavels hei (GAB inv.nr 207 folios ongenummers). Het gezin vestigt zich in 1737 te Bavel, waar hij als huisbrouwer en tapper werkzaam is. Hij wordt dan ook niet meer voor het gemaalgeld in Rijen aangeslagen. Op 17 april 1739 legt de de pachter van de impost van bieren een verklaring af ten behoeve van Jan Thomas Houtepen voor notaris Van de Laar te Breda (SAB N839 a53). Een aantal van zijn kinderen is in Ginneken gedoopt. In de periode dat hij in Bavel woonde heeft hij bij een publieke verkoop op 14 april 1741 zes kavels grond ter grootte van vier bunder en 150 roeden gekocht. Helaas werd de overdracht gedwarsboomd door Steven Dielis Coomans, aan wie het gekochte op 28 april 1741 "bij naderschap" werd afgestaan voor f1.965,00. Op 11 oktober 1743 verkocht hij uit naam van zijn vrouw "uijtterhant" een kavel zaailand, genaamd "het Steken" voor f1.000,00 aan Jan Corn Canters (SAB ORA Ginneken en Bavel inv.nr. 207 folios ongenummerd). Wanneer dit kavel is aangekocht is mij nog onbekend. In het artikel van F.A. Brekelmans in De Oranjeboom van 1960 over de kerkschuur en pastorie van Bavel is vermeld dat Jan Thomas Houtepen en Jan Leendert van den Diepstraat als kerkmeesters middels een op 13 november 1742 getekende akte (Kerkarchief Bavel, gele map no.6) gemachtigd werden om namens 26 bewoners van Bavel op te treden in het proces tegen (de vertegenwoordiger van) de eigenaar van de kerkschuur omtrent de vergoeding voor het gebruik, die sinds 1729 niet meer was betaald. In dit proces is het niet tot een uitspraak gekomen omdat er  blijkens een in 1743 door notaris Bollaerts uit Breda  opgemaakte notariële akte een schikking werd bereikt (Kerkarchief Bavel, blauwe map no. 24). Vervolgens is een nieuwe kerkschuur gebouwd voor de financiering waarvan de beide kerkmeesters in november 1743 rekening en verantwoording hebben afgelegd. Vanaf 1744 tot aan zijn overlijden in het belastingjaar 1764 wordt hij weer als hoofdbewoner in Rijen aangeslagen voor het gehele bedrag aan gemaalgeld. Het huis aan de Eijckberg werd vervolgens op 23 november 1743 voor f1.680,00 door zijn vader aan Adriaan Cornelis Canters verkocht echter zonder de drie kavels heide; wanneer deze zijn verkocht is mij nog onbekend (SAB inv.nr 207 folios ongenummers).
Ook zijn kinderen worden in de registers van het gemaalgeld vermeld: Adriaan wordt aangeslagen vanaf zijn geboorte in 1735 tot 1737 en Jennemie alleen voor het jaar 1737, haar geboortejaar, en vervolgens weer tezamen met Dingena in de periode van 1744 tot 1748. In dat jaar sterven Adriaan, Jennemie en Dingena; Maria Catharina is dan al in 1744 overleden, terwijl Pieternel in haar geboortejaar 1746 overlijdt. De drie kinderen die daarna worden geboren blijven wel in leven: Pieternel wordt vermeld van 1749 tot 1764, Peeter van 1751 tot 1764, en Dingena van 1756 tot 1764.
Op 12 oktober 1748 verkrijgt hij van Margriet Stoffel Canters, echtgenote van Reijnier van Onsenoort, bijgestaan door haar zoon Joseph Huijbert Vermolen, voor f235,00 een twee bunder grote aanstede aan de Langenberg, een kavel land en bos, genaamd Het Bosken, een weiland aan de Schoorstraat, een kavel moervelden aan de Langenberg, een kavel hei in de Verweijden en een bunder hei, genaamd de Heivelden (RAT 2804R38 f218). 
In 1750 is hij schepen en maakt hij (aangeduid als Johan) op 4 maart tezamen met Abraham van Zandvoort, schout van Ginneken en Gilze, Thomas van Bergen, procureur in Breda, Johannes van Bergen, wijnkoper in Breda en Jacobus Faes, meester-zilversmid in Breda, een reis naar Rotterdam, waarvan de terugreis iets minder voorspoedig verloopt. Hiervan werd op 6 maart 1750 zelfs een notariele akte opgemaakt, waarschijnlijk om daarmee de extra gemaakte kosten te kunnen verhalen (SAB N984 f41).
Zijn vrouw Pieternella Wouters Stapels verkoopt op 21 september 1751 voor f3.000,00 een twee bunder grote aanstede met een huis, schuur en bakhuis aan de Leegstraat en diverse andere kavels, te weten vijf loopensaat wei aan de Leegstraat, een bunder wei, genaamd De Moeren, nog een bunder wei, drie loopensaat land aan het Goorenstraatje, twee loopensaat land in Den Hoeck, een bunder hei in de Verweijde en tien loopensaat hei in de Verweijde (RAT 2804R39 f172v).
Als executeur-testamentair van de nalatenschap van Gijsbrecht van Dorst (hiertoe benoemd bij diens testament op 8 april 1746 verleden voor notaris J. de Bruijn te Breda) verkoopt hij op 2 mei 1752 diens woning aan het Gasthuiseinde te Breda (SAB R599 f243v).
Op 4 november 1754 verkrijgt Jan vijftig loopensaat schaarbos gelegen op de Tiggelreit over de Schoorstraat te Rijen voor f340,00 (RAT 2804R49 f146v). In het daaropvolgende jaar koopt hij op 3 juli voor f300,00 van Fransiscus Gerardus de Rooij, een kleinzoon van Johan Thomas, die een broer van zijn grootvader Adriaan Thomas was, vijfeneneenhalf loopensaat land achter in zijn aanstede, genaamd De Lange Vooren, en een kavel bos en hei aan de Moerstraat te Rijen (RAT 2804 R40 f183). Het jaar daarop koopt hij op 12 maart op basis van een resolutie van schout en schepenen drie loopensaat bos, de helft van een zeven lopensaat groot kavel hei en circa zes loopensaat hei aan de Breestraat, welke kavels door de eigenaar Adriaan Huijbert van Dongen de Jonge zijn verlaten en verwaarloosd, terwijl ook de dorpslasten terzake niet meer werden betaald. Deze Adriaan Huijbert van Dongen is een zoon van Maeijken Thomas Houtepen, die een zus van zijn grootvader was (RAT 2804 R40 f217v).
In 1756 wordt Jan voor f4,00 gruitgeld aangeslagen en blijken er naast zijn brouwerij op de Kerkstraat slechts twee andere brouwerijen in Rijen te zijn, namelijk van Peeter Bacx op Vijf Eiken en Peter van Dongen in de Heikant. Als schepen kondigt hij samen met Cornelis Anssems en Stoffel Frijters een plakkaat af tegen zogenaamde 'orgies' die vaak ontstonden ter gelegenheid van een doop. Als kerkmeester geeft hij in 1760 samen met Jan Emmen de ligging aan van de schuurkerk, die sinds 1755 in Rijen stond: namentlijck een kerck staende gebouwt op de erve in eigendom toebehoorende aen Cornelis van Hoilten ten Rijen aen de Kerckstraete, aldaer oost de voors Kerkstraet, suit en west den voorn Cornelis van Hoilten en noort het Heistraetje" (GAGR invnr 1317).
Ter uitvoering van een op 17 juni 1760 gesloten koopovereenkomst tussen Hendrick Biemans uit Poppel en Peeter Cornelis van Dongen verkrijgt Jan op 11 augustus samen met deze Van Dongen veertien loopensaat beemd en hei in het Gilze Broek, genaamd de Grooten Tingieter, en een eveneens aldaar gelegen bunder hei (RAT 2804R41 f8). Later die maand, op 22 augustus, wordt in een schepenenakte vastgelegd dat Jan aan het echtpaar Cornelis Adriaan Willemen (een broer van zijn aanstaande schoonzoon?) en Maria Jan Willemen heeft geleend tegen een rente van 3,5 %, waarvoor de schuldenaren hun woning met verder toebehoren verbinden. Deze lening wordt op 19 maart 1763 afgelost, waarvoor de weduwe Houtepen kwijting verleent (RAT 2804R41 f10v). Dit betekent dat Jan in het voorjaar van 1763 moet zijn overleden. De weduwe Houtepen koopt op 20 augustus 1768 van de kinderen Beckers, als erfgenamen van Jenneken Thomas Houtepen, haar schoonzus, twee loopensaat wei aan de Kerkstraat, dat net als de vorige twee aankopen ooit familiebezit zijn geweest.
Pas na het overlijden van de weduwe Jan Houtepen wordt de nalatenschap op 7 februari 1783 verdeeld tussen Peeter en Dingena alsmede Adriana, het dochtertje van Pieternel en Jan Boomaers. Uit de vestbrief blijkt niet alleen de wijze van eigendomsverkrijging van de diverse kavels, maar ook worden de diverse kavels met een cijfer aangeduid, dat kennelijk verwijst naar een register of een kaart. Deze kavels zijn hierna onder deze kinderen verder uitgewerkt (RAT 2804R46 f119v).
Vervolgens leveren de erfgenamen op diezelfde dag ter uitvoering van een publieke verkoop voor f475,00 vijfentwintig loopensaat schaarbos waarin een bunder beemd (RAT 2804R46 f127v), voor f480,00 vijfentwintig loopensaat schaarbos, waarin twee loopenzaat beemden (RAT 2804R46 f128v) alsmede anderhalve bunder hei achter Den Aert, een bunder hei nabij den Aert aan de Gilzendijk en een twee loopensaat hei achter het Raakeind voor f136,00 (RAT 2804R46 f129v). 

[2] Achtergrond informatie bij Petronilla (Pieternella/Pietronella) STAPELS:
Pietronel zou, als weduwe en testamentair boedelhoudster van haar overleden echtgenoot Jan Houtepen, bij akte van 2 juli 1775 voor schepenen van Rijen gepasseerd haar zoon Peeter Houtepen hebben aangesteld als voogd over Adriana Boomaers, het minderjarige kind van haar overleden dochter Pieternel Houtepen en Jan Boomaers. 

[3] Achtergrond informatie bij Joanna Maria (Jennemie/Jannemie):
In de kohieren van het gemaalgeld wordt Jennemie in haar geboortejaar 1737 en van 1744 tot en met haar overlijdensjaar 1748 als dochter bij Jan Thomas Houtepen te Rijen vermeld en aangeslagen voor het halve gemaalgeld. 

[4] Achtergrond informatie bij Petrus:
Kind van Jan Thomas Houtepen, kosten 3-0-0 in de kerk begraven. 

[5] Achtergrond informatie bij Dijmpna (Dingena):
Zij wordt in de kohieren van het gemaalgeld over de periode 1744-1748+ als dochter vermeld bij Jan Thomas Houtepen te Rijen voor de halve aanslag. 

[6] Achtergrond informatie bij Maria Catharina:
Volgens de kohieren van het gemaalgeld wordt zij in het jaar 1744 als dochter vermeld bij Jan Thomas Houtepen en voor half geld aangeslagen. 

[7] Achtergrond informatie bij Petronilla (Pieternel):
Volgens de kohieren van het gemaalgeld is zij in het belastingjaar 1746/1747 geboren en overleden als dochter bij Jan Thomas Houtepen te Rijen. 

[8] Achtergrond informatie bij Petronilla Josepha (Pieternel/Pieternella):
Volgens de kohieren van het gemaalgeld wordt zij vanaf haar geboorte in 1749 tot en met 1764 als dochter bij Jan Thomas Houtepen aangeslagen voor half geld en van 1765 tot aan haar huwelijk in 1774 als dochter bij de weduwe van Jan Thomas Houtepen, Rijen Kerkstraat, voor het gehele bedrag.
Blijkens nagemelde akte hebben Pieternella en haar man Jan Boomaers op 24 april 1777 voor notaris P. Heiligendorp te Oosterhout een mutueel testament opgemaakt. Bij de verdeling van de nalatenschap van haar vader doet Jan Boomaers, als weduwnaar, tegen betaling van f12,50 afstand van zijn recht om te togten (?).
Na het overlijden van haar vader en moeder wordt de nalatenschap op 7 februari 1783 verdeeld tussen haar broer Peeter, haar zus Dingena en haar dochtertje Adriana. Uit de vestbrief blijkt niet alleen de wijze van eigendomsverkrijging van de diverse kavels, maar ook worden de diverse kavels met een cijfer aangeduid, kennelijk als verwijzing naar een register of een kaart. Haar dochter Adriana Boomaers verkrijgt een kavel weiland, gelegen in het Rijsbroek in de Willemspolder onder Raamsdonk, verkregen op 27 september 1753, een kavel hoogland gelegen in de Agtbunderen onder Oosterhout, 236 roeden moerputten in de Korte Oord onder Oosterhout en een kavel land en bos te Dorst aan de Weijstraat (RAT 2804R46 f119v).
Vervolgens leveren de erfgenamen tezamen op diezelfde dag na een publieke verkoop voor f475,00 vijfentwintig loopensaat schaarbos waarin een bunder beemd (RAT 2804R46 f127v), voor f480,00 vijfentwintig loopensaat schaarbos, waarin 2 loopensaat beemden (RAT 2804R46 f128v) alsmede anderhalve bunder hei achter Den Aert, een bunder hei nabij den Aert aan de Gilzendijk, een twee loopensaat hei achter het Raakeind voor f136,00 (RAT 2804R46 f129v). 

[9] Achtergrond informatie bij Dimpna (Dingena):
Volgens de kohieren van het gemaalgeld woont Dingena vanaf haar geboorte in 1756 tot en met 1764 als dochter bij Jan Thomas Houtepen en van 1765 tot en met 1771 als dochter bij weduwe Jan Thomas Houtepen op Rijen Kerkstraat. In deze periode wordt zij voor half aangeslagen, maar van 1772 tot en met 1778 voor het hele bedrag. In de periode 1779-1780 woont zij bij haar broer Peeter Houtepen in het huis naast het ouderlijk huis. Na haar huwelijk in 1781 wordt zij tot 1808 als vrouw bij Jan Babtist Willemen aangeduid en woont zij op Den Hoek te Rijen. Uit haar huwelijk zijn twee zonen geboren: Adriaan Willemen wordt op 6 december 1781 in Rijen Den Hoek gedoopt, die op 9 februari 1848 te Oosterhout overlijdt, terwijl Wilhelmus op 19 januari 1797 in Gilze-Rijen wordt gedoopt, en op 11 februari 1830 te Dongen in het huwelijk treedt met Petronella Verbunt, geboren te Tilburg op 6 november 1799, dochter van Govardi Jansse Verbunt en Joanna Joannes de Hoon.
Na het overlijden van haar vader en moeder wordt de nalatenschap op 7 februari 1783 verdeeld tussen Dingena, haar broer Peeter, Dingena en Adriana, het dochtertje van haar overleden zus Pieternel. Uit de vestbrief blijkt niet alleen de wijze van eigendomsverkrijging van de diverse kavels, maar ook worden de diverse kavels met een cijfer aangeduid, welk cijfer mogelijk verwijst naar een register of een kaart.
Dingena, gehuwd met Janbaptist Adriaen Willemen, verkrijgt hierbij een aanstede met huis, schuur en kooi, met hop, boomgaard, land en weide, in Den Hoek, een kavel land, genaamd de Moer, verkregen op 13 juni 1730, een kavel zaailand, genaamd de Streepenakker, verkregen op 29 januari 1735, een kavel weide, genaamd de Berg en een kavel land, genaamd het Achterboske, verkregen op 23 januari 1734, een kavel land, weide en hei, genaamd de Broekakker, aan de Moerstraat, twee kavels wei aan de Schoorstraat, een kavel grond met bos en hei, voorheen een aanstede met een slecht ("quaet") huis aan de Langenberg, verkregen op 12 oktober 1748, een bunder hei aan de Hoevendijk, een kavel wei aan de Schoorstraat, drie kavels hei aan de Moerstraat, aan de Schoorstraat, een kavel wei aan de Schoorstraat, verkregen bij de verdeling van 7 september 1744, en de onverdeelde helft van een kavel beemden en hei in het Gilzerbroek, genaamd de Grote Tingieter, verkregen in juli 1760 (RAT 2804 R46 f119v).
Vervolgens leveren de erfgenamen tezamen na een publieke verkoop voor f475,00 vijfentwintig loopensaat schaarbos waarin een bunder beemd (RAT 2804 R46 f127v), voor f480,00 vijfentwintig loopensaat schaarbos, waarin twee loopensaat beemden (RAT 2804 R46 f128v) alsmede anderhalve bunder hei achter Den Aert, een bunder hei nabij den Aert aan de Gilzendijk, en twee loopensaat hei achter het Raakeind voor f136,00 (RAT 2804 R46 f129v).
Dingena verkoopt de bunder hei en bos aan de Moerstraat, die zij bij de verdeling in 1783 heeft verkregen, voor f300,00 aan Adriaan Gijsbregt Broeders (RAT 2804 R49 f70v).
Successiememorie nog nakijken! 

Familiewapen Houtepen
Joannes (Jan Thomas) Houtepen