Genealogie
Petrus Josephus (Peter) Houtepen (VII.9)
Petrus Josephus (Peter) HOUTEPEN [1], schepen 1796-1798 en van 1801 tot 1808, brouwer, particulier, lid gemeenteraad 1821-1825, gedoopt (RK) op 15-06-1751 te Rijen, overleden op 03-01-1841 te Rijen op 89-jarige leeftijd.
Zoon van Joannes (Jan Thomas) HOUTEPEN (zie VI.12) en Petronilla (Pieternella/Pietronella) STAPELS.
Gehuwd op 27-jarige leeftijd op 24-01-1779 te Gilze met Maria Catharina (Maria Catrina) EMMEN, 27 jaar oud, geboren te Gilze (Rijen Den Hoek), gedoopt (RK) op 20-03-1751 te Rijen, overleden op 29-12-1835 te Rijen op 84-jarige leeftijd, dochter van Christoporus Adam (Stoffel) EMMEN en Catharina Marijnis WIRCKEN.
Uit dit huwelijk:
1. | Joannes (Jan) [2], gedoopt (RK) op 20-03-1780 te Rijen, begraven 1792 te Rijen. |
2. | Christophorus (Christoffel/Stoffel) [3], bierbrouwer, (1799:) gesworen klerk, geboren op 07-03-1781 te Gilze, gedoopt (RK) op 07-03-1781 te Rijen, overleden op 13-11-1868 te Gilze op 87-jarige leeftijd. Gehuwd op 41-jarige leeftijd op 18-11-1822 te Terheijden met Helena van LOMMEL, 29 jaar oud, gedoopt (RK) op 21-04-1793 te Terheijden, overleden op 09-07-1864 op 71-jarige leeftijd, dochter van Christiaan van LOMMEL en Petronilla BASTIAENSEN. |
3. | Petronella (Petra/Pieternel) [4], huisvrouw, landbouwster, gedoopt (RK) op 13-12-1782 te Rijen, overleden op 21-08-1864 te Rijen op 81-jarige leeftijd. Gehuwd op 28-jarige leeftijd op 04-05-1811 te Gilze-Rijen met Peter FRIJTERS, 34 jaar oud, gedoopt (RK) op 29-12-1776 te Oosterhout, overleden op 16-01-1864 te Rijen op 87-jarige leeftijd, zoon van Joannes FRIJTERS en Anna PEETERS. |
4. | Maria Cecilia [5], (1841:) huisvrouw, gedoopt (RK) op 22-11-1784 te Rijen, overleden op 21-06-1860 te Waalwijk op 75-jarige leeftijd. Gehuwd op 26-jarige leeftijd op 23-01-1811 te Oosterhout met Adrianus Hubertus (Adriaan) OOMEN, 27 jaar oud, 1841: bierbrouwer (zie succ.mem. P.J. Houtepen), gedoopt (RK) op 12-10-1783 te Oosterhout, overleden op 19-01-1861 te Waalwijk op 77-jarige leeftijd, zoon van Hubertus OOMEN en Johanna in 't GROEN. |
5. | Catharina (Catrien(a)/Catrina) [6], gedoopt (RK) op 02-02-1787 te Rijen, overleden op 20-12-1814 te Rijen op 27-jarige leeftijd. |
6. | Digna (Dingena) [7], gedoopt (RK) op 19-05-1790 te Rijen, overleden op 17-11-1856 te Oosterhout op 66-jarige leeftijd. Gehuwd op 29-jarige leeftijd op 19-01-1820 te Reusel met Jan KERKHOF, 31 jaar oud, schipper, gedoopt (RK) op 13-10-1788 te Reusel, overleden op 18-01-1860 te Oosterhout op 71-jarige leeftijd, zoon van Wouter KERKHOF en Maria Anna HAAREN. |
7. | Annemaria (Anna Maria/Annemie/Annamie) (Houtepin) [8], (1841:) huisvrouw, gedoopt (RK) op 29-04-1792 te Rijen, overleden op 10-03-1848 te Baardwijk op 55-jarige leeftijd. Gehuwd op 24-jarige leeftijd op 22-08-1816 te Gilze-Rijen met Joannes (Jan) van DRUNEN, 25 jaar oud, bouwman, gedoopt (RK) op 13-09-1790 te Drunen, overleden op 06-03-1864 te Gilze op 73-jarige leeftijd, zoon van Adrianus van DRUNEN en Joanna KOLMANS. |
8. | Joanna (Johanna) [9], gedoopt (RK) op 02-11-1794 te Rijen, overleden op 19-06-1835 te Rijen op 40-jarige leeftijd. Gehuwd op 26-jarige leeftijd op 14-01-1821 te Gilze-Rijen met Adriaan ADRIAANSEN, (1831:) bouwman, geboren circa 1796, overleden op 03-06-1851 te Gilze en Rijen, zoon van Laureijs Cornelis ADRIAANSEN en Catharina Janse van RIEL. |
[1] Achtergrond informatie bij Petrus Josephus (Peter) HOUTEPEN:
Volgens de kohieren van het gemaalgeld woont Peeter zijn gehele leven op de Kerkstraat in Rijen. Peeter verliest al op jonge leeftijd zijn vader; hij is dan nog maar 14 jaar oud. Zijn moeder zet de brouwerij met hulp van het personeel gewoon voort. Na zijn huwelijk betrekt hij het pand ernaast. Ook zijn kinderen blijven in ieder geval tot 1808 (daarna stopt de registratie van de gemaalgelden) thuis wonen.
Na het overlijden van zijn vader en moeder wordt de nalatenschap verdeeld tussen Peeter, zijn zus Dingena en Adriana, het dochtertje van zijn zus Pieternel. Uit de op 7 februari 1783 gepasseerde vestbrief blijkt niet alleen de wijze van eigendomsverkrijging van de diverse kavels, maar ook worden de diverse kavels met een cijfer aangeduid, dat kennelijk verwijst naar een register of een kaart.
Peeter verkrijgt hierbij het groot of pannenhuis, brouwerij, schuur, kooi met ondergrond, erf, hopland en weide, ter grootte van in totaal een bunder aan de kerk te Rijen, een kavel hei in de Vliegende Vennen, twee kavels bos aan de oostzijde van de Schoorstraat, een kavel hei en moer achter Stoffel Emmenstede, een kavel wei, genaamd het Driesken, achter de kerk, een kavel wei ten weste van de Schoorstraat, een kavel zaailand, genaamd de Lange Vooren, verkregen bij de verdeling van 7 september 1744, een kavel zaailand genaamd het Akkerken, een kavel zaailand in de Akker, een bunder land en bos aan het einde van de Kerkstraat, verkregen op 15 mei 1759 (zie RAT 2804R40 f346), een kavel land, genaamd de Lange Vooren, achter het huis en een kavel bos en hei aan de Moerstraat, verkregen op 7 maart 1755, een kavel moervelden, achter de Langenberg op de Haansberg, een kavel land, genaamd het Bosken, aan de Venstraat, een kavel hei in de Verwijden, een kavel land, wei en bos achter de Langenberg, verkregen op 12 oktober 1748, een kavel bos, een kavel hei, een kavel hei, verkregen op 12 maart 1756, een kavel wei aan het Moerdijkske, een kavel wei nu bos aan de oostzijde van de Schoorstraat, een kavel bos, een kavel weide, genaamd het moer, verkregen op 13 juni 1730, een kavel ondergrond van een afgebroken huis, verkregen bij testament van (pastoor) Petrus Houtepen, een kavel wei aan de Kerkstraat, verkregen op 20 juni 1768, de onverdeelde helft van een bunder beemden, genaamd de Tingieters, gemeen met Jan van Dongen, verkregen in juli 1760 (RAT 2804R46 f119v).
In de dorpsrekening van 1796 staat vermeld: "betaald aan Peter Houtepen voor verteringen bij het planten van de vrijheidsboom te Rijen 34 gulden 12 stuivers". In het boek 'Rijen, ontstaan, groei, ontwikkeling' is vemeld dat in 1798 door Peter Houtepen voor het trakteren op vier vaten bier en het lossen van vreugdeschoten veertien gulden en achttien stuivers in rekening werd gebracht, terwijl er daags tevoren door "de jonge dochters van den Rijen met het breijen der kransen" voor ruim twaalf gulden was gedronken.
Pieter geeft samen met een aatal andere inwoners van Rijen procuratie aan Willem Holsmilders in de zaak tegen Adriaan Hendrik van Gils, schouteth der heerlijkheid Gilse en den Rijen (GAB N1105 a22). Hij is namelijk met een aantal anderen gevorderd om 'aan den dijk loopende van den Haansberg na Dorste' te werken en bovendien aan aan de 'dijk loopende van Gilze op Oosterhout'. Al de personen wiens diensten werden gevorderd weigerden echter met als argument dat de wegen niet door maar om Rijen heen liepen, alhoewel men daar destijds wel om had gevraagd. Op basis van het Wegenreglement werden ze allen veroordeeld tot het betalen van een boete van drie gulden, welke boete evenmin werd betaald. Het inroepen van het advies van een domeinraad leidde tot niets. Vervolgens handhaafde de plaatselijke schepenbank de boetes, waarna men bij de Hoofd- en Leenbank van Breda in beroep ging. Pas in 1790 werd de zaak voorgebracht, maar waarschijnlijk door de invallen van de Fransen in 1793 en 1795 kwam het niet tot een uitspraak.
Op 2 juli 1800 is hij schepen en draagt hij de noordelijke helft van de schuur aan de Kerkstraat over aan Adriaan van Dongen en diens echtgenote Adriana Vervoort, alsmede de daarbijbehorende (onder)grond ter grootte van vijf roeden. In de akte wordt bepaald dat voor gemeenschappelijke rekening nog een houten muur zal worden opgetrokken en wordt voorts een recht van overpad vastgelegd (RAT 2804 R49 f275). Deze schuur is door hem op 24 juni 1799 voor een koopprijs van f250,00 verkregen van de erfgenamen van Adriaan Boenders (RAT 2804 R49 f256).
Als schepen geeft hij in 1802 viermaal een verklaring van goed gedrag af inzake de schoolmeester van Rijen, Hendrik Christiaanssen. In 1805 wordt er echter door schout en schepenen besloten tot het instellen van een speciale klachtencommissie, aangezien het gedrag van deze schoolmeester schijnbaar te wensen overliet. Tot deze commissie werd naast schepen Adriaan van Dongen ook schepen Peeter Houtepen benoemd (Boek: Rijen, Ontstaan, groei, ontwikkeling).
Aangezien hij in 1805 nog schepen is van de gemeente Gilze en Rijen wordt ook hij vermeld op de klok, die in opdracht van de gemeente is gegoten voor de kerk van Gilze. Deze klok heeft een doorsnede van 1,18 meter en draagt als opschrift: "F.M.G. van Steensel, schout, A.Rullens, president // M. Mol, secretaris, P. Houtepen, I.B. van Loon, A. Ansems, I. Pijmans, I. van Alphen, J.B. van Dongen, scheepenen // V. Vlodrop, Predikant, I.F. Coomans, Pastor // Henricus Petit me fudit anno 1805". Als schepen diende hij in 1806 mede namens de zogenaamde aangelanders het verzoek in "om de straat omtrent de Roomsche kerk en Pastorijhuis zelfs met lindeheesters te beplanten" (Boek: Rijen, Ontstaan, groei, ontwikkeling). Waarschijnlijk werd dit verzoek mede gedaan in verband met het brouwen en verkopen van bier, aangezien zijn brouwerij naast de kerk lag. De schepenbank stemde evenwel in met dit verzoek echter "met de conditie dat de straat geensints daardoor mag benadeeld worden of dat zij hunne erven ter labeur niet verder mogen uijtbreiden" en er zou "altoos eenen breeden voetpad tuschen de beplanting en de gelabeurde erve moeten blijven en vrij van alle hindernissen".
Op 6 mei 1806 verkrijgt Peeter nog voor een koopprijs van f440,00 op een openbare verkoping zes loopensaat zaailand, dat ten noorden van een aan hem in eigendom toebehorend kavel ligt (RAT 2804 R51 f90). In 1808 is aan Peter patent verleend om bier te brouwen op het adres Kerkstraat U 331 (GAGR invnr 143), terwijl dat in 1832 secte A 39 is.
In de memorie van successie, die na zijn overlijden is opgemaakt, worden als erfgenamen volgens de wet vermeld:
- Christoffel Houtepen, bierbrouwer, wonende te Rijen onder Gilze, wijk M nummer 321,
- de kinderen van de overleden Johanna Houtepen, in leven weduwe van Adriaan Adriaansen, te weten Catharina, Maria, Lucia en Petronilla Adriaansen, die worden bijgestaan door hun oom Christoffel als hun voogd,
- Petronilla Houtepen, gehuwd met Peter Frijters, bouwlieden, wonende te Rijen,
- Maria Cecilia Houtepen, gehuwd met Adriaan Oomen, bierbrouwer, wonende te Waalwijk,
- Dingena Houtepen, gehuwd met Jan Kerkhof, schipper, wonende te Oosterhout, en
- Anna Maria Houtepen, gehuwd met Jan van Drunen, bouwman, wonende te Baardwijk.
De onroerende zaken die tot zijn nalatenschap behoren bestaan in een bierbrouwerij met stede, bestaande uit een huis met stal, schuur, hof en erf alsmede kavels bouwland, wei, hakhout, dennenbos en hei, staande en gelegen te Rijen onder Gilze, ter gezamenlijke grootte van 23 bunders 48 roeden en 9 ellen (RANB inv.nr. 036.03.03.40, mem.nr.73).
[2] Achtergrond informatie bij Joannes (Jan):
Van 1780 tot en met 1792 wordt Jan vermeld als zoon bij Peeter Houtepen, wonende te Rijen aan de Kerkstraat en is voor hem maar half gemaalgeld verschuldigd. Vanaf de periode 1793-1794 wordt hij niet meer vermeld in de kohieren van het gemaalgeld. Zeer waarschijnlijk is hij dus in 1792 overleden. In ieder geval behoorde hij in 1825 niet meer tot het gezin volgens de volkstelling van 1825.
[3] Achtergrond informatie bij Christophorus (Christoffel/Stoffel):
Volgens de kohieren van het gemaalgeld wordt hij vanaf zijn geboorte in 1781 tot 1796 als zoon bij Peeter Houtepen voor het halve geld aangeslagen in de Kerkstraat te Rijen en vanaf 1798 tot aan 1808 voor het gehele bedrag. Na het afronden van zijn schooltijd krijgt hij de mogelijkheid om zich te bekwamen in het dorpsbestuur. Secretaris A. Mol krijgt op 14 augustus 1799 namelijk toestemming om Christoffel Houtepen, woonende te Rijen op eigen kosten aan te stellen als "eerste of gesworen klerk tot het waarnemen van voorkomende publicatien en andere verrichtingen" ... "zoo ter secretarije als wel op den Rijen" GAGR invnr 8). Christoffel is in 1801, 1802 en 1808 schepen van Rijen, terwijl hij op 10 augustus 1803 door schout en schepenen met een aantal anderen tot brandmeester werd aangesteld.
Op 20 augustus 1810 koopt Christoffel samen met Cornelis van Dongen en Christoffel Frijters voor f30,00 op een openbare veiling anderhalf loopensaat hooibeemden, genaamd De Blokskens, in het Gilzerbroek (RAT 2804 R53 f54). Op diezelfde dag kopen zij eveneens twee bunders hooibeemden in de Lange Rikken te Rijen, nu echter voor een koopprijs van f230,00 (RAT R53 f55).
Bij de Volkstelling van 1825 in Gilze-Rijen wordt gemeld dat Christophel Houtepen en Helena van Lommel drie knechten en drie meiden in dienst hebben. Ook vader en moeder, Peter Houtepen en Maria Emmens, staan onder dit nummer geregistreerd (Register 1 fiche 1 nummer 321). Bij de Volkstelling van 1826 staat vermeld dat Christophel Houtepen, bouwman, en Helena van Lommel vier knechten, een meid en een kuiper in dienst hebben. Vader en moeder Houtepen staan wederom onder dit nummer vermeld (Register 3 fiche 3 nummer 321). Volgens het bevolkingsregister over 1841 wonen zij te Rijen onder Gilze in wijk M nummer 321.
Tijdens de Belgische Opstand vroeg Christoffel aan de opperbevelhebber van het leger te velde een pas voor zijn knecht om "zoo heen als terug naar Baarle te mogen rijden ter vervoering van bieren. De commandant vroeg daarop inlichtingen bij de gemeente of het toch niet de bedoeling was om bier te smokkelen (GAGR invnr 1181 29-06-1833). Toen op 19 juli 1840 brand uitbrak bij molenaar J.L. Teurlings bleken naast Christoffel ook W. Willemen, N. Verheijden, C. Verheijden en Chr. Frijters schade te hebben geleden (Boek Rijen, ontstaan, groei, ontwikkeling).
In 1841 treedt Christoffel blijkens de successiememorie van zijn vader bij de afwikkeling van de nalatenschap van zijn ouders op als voogd over de vier kinderen van zijn zus Johanna.
In 1843 was Bierbrouwerij "De Pen" de grootste van de vijf brouwerijen in de gemeente Rijen met een productie van 590 vaten per jaar met een geregelde afzet naar Holland (GAGR, invnr 1747). De bierbrouwerij werd in 1844 verkocht aan Jan Baptist Brouwers, die in 1848 een productie behaalde van 660 vaten, de oude brouwerij in 1852 afbrak en een nieuwe liet bouwen.
Volgens het Bevolkingsregister Gilze-Rijen 1850-1861 (Register 14 fiche 63 nummer 542) verhuizen Christoffel en Helena, beiden particulier, alsmede een van zijn nichtjes Adriaansen naar wijk U no 323, later Wijk B no 94.
In 1855 vormde Christoffel samen met J. Pelkmans, J. Verhoeven, W. Schoenmakers en C. Hendriks een commissie om de armen te helpen, die niet door het Algemeen Armbestuur werden gesteund en op dat moment bij gebreke van een Parochiaal Armbestuur nog niet bij de parochie terecht konden. De leden van deze commissie waren ook de kerkmeesters, die in 1856 samen met de toenmalige pastoor Morgen de inventaris van de kerkelijke goederen ondertekende (APR doos 3 en 10). Uiteindelijk werd de zorg over vijfentwintig personen overgedragen aan het in 1859 opgerichte Parochiaal Armbestuur (Boek Rijen, ontstaan, groei, ontwikkeling).
Ook in de periode 1861-1889 (Register 16 fiche 81 nummer 105) wonen zij op B 94. Op dit adres worden vanaf 2 december 1861 vermeld: Christophel tot aan zijn overlijden op 13 november 1868, zijn vrouw Helena tot aan haar overlijden op 9 juli 1864 en Johanna van Dongen, een achternicht, tot aan haar huwelijk op 3 november 1865, waarna zij is overgeboekt naar blad 112.
Helena van Lommel erft in 1846 van Johannes Bastiaansen f238,00. Bij akte op 26 augustus 1846 verleden voor notaris Beens te Breda (rep.nr. 62) wordt een beschrijving gemaakt van de nalatenschap van deze erflater, waarna blijkens akte van 19 november van dat jaar (rep.nr. 85) een aantal zaken in het openbaar werden verkocht om uiteindelijk op 18 maart 1847 tot verdeling van de nalatenschap over te kunnen gaan (rep.nr. 23).
Na zijn overlijden doen Willem Frijters en Christianus Johannes van Lommel als executeurs-testamentair aangifte voor het recht van successie. Zij zijn daartoe benoemd bij het testament dat Christoffel op 18 januari 1865 voor J. Verhoeven, notaris te Gilze, heeft laten opstellen. Daarvoor had Christoffel al door dezelfde notaris een testament laten opstellen, waarin hij naast een fatsoenlijke begrafenis en een kerkelijke uitvaartdienst van de eerste klasse met het stellen van zijn naam in het weldoenersboek van de parochiekerk ook het lezen van vijftig zielmissen verlangde. Voorts benoemde hij zijn echtgenote tot zijn enige erfgenaam, maar indien zij voor hem zou zijn overleden verlangde hij bovendien dat er de komende vijfentwintig ieder jaar een jaargetijde gelezen zou moeten worden, en legateerde hij aan de tijdelijke pastoor van de parochiekerk van Rijen f200,00 vrij van successierecht te besteden voor de ene helft aan de kerk en voor de andere helft aan de armen van de parochie. Onder de last van deze legaten benoemde hij voor de ene helft van zijn nalatenschap de wettelijke erfgenamen van zijn echtgenote en voor de andere helft zijn wettelijke erfgenamen, zulks echter behoudens enkele uitzonderingen. Indien zijn zus Johanna, weduwe van Adriaan Adriaansen, namelijk overleden mocht zijn zou alleen haar dochter Maria, gehuwd met Adriaan Teurlings, of bij haar vooroverlijden haar kinderen haar plaats mogen vervullen met dien verstande dat Maria dan aan haar nichtje Johanna Christina van Dongen, de dochter van haar overleden zus Catharina, die met Adriaan van Dongen gehuwd was, f500,00 zou moeten afgeven vrij van successierecht en wel op het moment dat zij 23 jaar zou worden of binnen drie maanden na haar huwelijk, indien dat voor haar 23 jaar voltrokken zou worden. Voorts bepaalde hij dat het erfdeel van frater Johannes van Drunen, de zoon van zijn overleden zus Anna Maria, die met Johannes van Drunen gehuwd was, over de andere kinderen Van Drunen verdeeld zou moeten worden.
In zijn tweede testament legateerde hij nog aan voormelde Johanna Christina van Dongen zijn huis aan de Kerkstraat te Rijen, kadastraal bekend sectie A nummer 488, 239 en 487, tezamen groot 25 roeden en 34 ellen, maar alleen indien zij ten tijde van zijn overlijden nog in zijn dienst zou zijn, zulks tegen inbreng van f1.250,00 in de nalatenschap. Aangezien Christoffel het huis nog tijdens zijn leven op 16 december 1865 had overgedragen aan haar echtgenoot, Wilhelmus Hoefnagels te Rijen, onder het voorbehoud van het levenslang vruchtgebruik, had dit laatste legaat geen effect.
De wettelijke erfgenamen van zijn overleden vrouw waren haar broer Christianus van Lommel, wonende te Leiden, de acht kinderen van haar overleden broer Marinus van Lommel, en de twee kinderen van haar overleden broer Lambertus, alsmede haar halfbroer de eerwaarde heer Antonius van Lommel te Rotterdam, haar halfzus Petronella van Lommel, en haar halfzus Antonetta van Lommel, gehuwd met Hubertus Snoeks, beiden wonende te Standaarbuiten.
Zijn wettelijk erfgenamen waren de vijf kinderen van zijn overleden zus Petronella, gehuwd geweest met Pieter Frijters, (te weten Jan Baptist, Willem, Johanna, gehuwd met Jacobus Oomen, en Anna Catharina, gehuwd met Pieter Peeters), de zoon en de kleinzoon van zijn overleden zus Maria Cecilia, gehuwd geweest met Adriaan Oomen, (te weten Hubertus en Adrianus Hubertus, zoon van wijlen Pieter), de vijf kinderen van zijn overleden zus Anna Maria, gehuwd geweest met Johannes van Drunen, (te weten Pieter, Anna, gehuwd met Pieter van Hulten, Cornelis Adrianus, Martinus Cornelis en Johannes) maar ingevolge de testamentaire bepalingen met uitzondering van de zoon Johannes, de vier kinderen van zijn overleden zus Dingena, gehuwd geweest met Johannes Kerkhof (te weten Pieter, Adriaan, Christoffel en kleindochter Maria van Gool, dochter van wijlen Maria gehuwd met Roeland van Gool) en de vier kinderen van zijn overleden zus Johanna, gehuwd geweest met Adriaan Adriaansen, (te weten Maria Catharina, Lucia, Petronella, en Johanna Christina van Dongen, dochter van wijlen Catharina en Adriaan van Dongen) maar ingevolge de testamentaire bepalingen slechts alleen de dochter Maria.
Uit de successiememorie blijkt dat tot de nalatenschap alleen nog maar uit geld en vorderingen bestond en een enkele kleine schuld. Dit betekent dat Christoffel al tijdens zijn leven alle onroerende zaken heeft verkocht. Hiervoor meldde ik al dat de brouwerij in 1844 was verkocht. De meeste vorderingen luidden ten laste van familieleden. Zo heeft Wilhelmus Hoefnagels, de echtgenoot van zijn achternichtje, de koopsom van het huis nog niet betaald, en heeft daarnaast nog f300,00 geleend tegen 4%, is Pieter Peeters, de man van zijn nichtje Anna Catharina Frijters, nog f12,00 schuldig, neefje Willem Frijters f200,00 tegen 5% en f500,00 tegen 4%, Pieter Jan Baptist Frijters f700,00 tegen 4%, zwager of neefje Johannes van Drunen f300,00 tegen 4%, neefje Martinus van Drunen f400,00 tegen 4%, neefje Adriaan Kerkhof f200,00 en neefje Christoffel Kerkhof f150,00. Daarnaast stonden er nog twee oude vorderingen op bierstekers open, de ene uit Rotterdam en de andere uit Gouda. Al deze schulden waren niet afgedekt met hypothecaire zekerheid.
[4] Achtergrond informatie bij Petronella (Petra/Pieternel):
Blijkens de kohieren van het gemaalgeld woont Petronilla vanaf haar geboorte in 1783 tot en met 1798 als dochter bij Peeter Houtepen in Rijen aan de Kerkstraat voor half geld, en voor het hele bedrag vanaf 1799 tot en met in elk geval 1808. In de volkstelling van 1825 wordt zij niet genoemd, in 1826 als echtgenote van Peter Frijters, bouwman, met vijf kinderen een knecht en een meid op het adres Den Hoek wijk R nummer 282, in 1841 als wonende in Rijen onder Gilze. Het bevolkingsregister Gilze-Rijen over de periode 1850-1861 (reg 14 fiche 60 no 467) vermeld haar als landbouwster en echtgenote van Pieter Frijters, bouwman, in wijk A no 282, later wijk B no 37 (Hoen) met:
- Jan Baptist Frijters, geboren in 1815 te Gilze en op 15 januari 1851 gehuwd, bouwman,
- Willem Frijters, geboren in 1819 te Gilze, bouwman, ongehuwd,
- Leonardus Frijters, geboren in 1821 te Gilze, bouwman, overleden op 20 september 1859,
- Anna Catharina Frijters, geboren in 1839 te Gilze, landbouwster, ongehuwd,
- Petrus Josephus Frijters, geboren op 4 november 1853 te Gilze, ongehuwd, zonder beroep,
en drie andere personen, te weten Petronella Oomen, geboren in 1839 te Gilze (geen dochter van zus Maria Cecilia), de dienstmeid Hendrien Franken, en landbouwster Maria Krijna Jansen. Willem Frijters trouwde op 23 augustus 1867 met Johanna van den Nieuwenhuizen en overleed op 31 mei 1895 te Rijen. Hij heeft een dagboek nagelaten, dat thans (2006) in het bezit is van een familie Hendriks te Made en waaruit is gepubliceerd in een artikel in De Mulder 102 (januari 2007) en in 2001 in De Klok, het tijdschrift van heemkundekring Made en Drimmelen.
In de successiememorie die naar aanleiding van haar overlijden is opgemaakt, verklaren haar kinderen Jan Baptist, Willem, Johanna (gehuwd met Jacobus Oomen) en Anna Catharina (gehuwd met Pieter Peeters), allen bouwlieden dat de nalatenschap van hun moeder, weduwe van Pieter Jan Baptist Frijters, bestaat in de huwelijksgemeenschappelijke helft van de in de kadastrale gemeente Gilze en Rijen gelegen onroerende zaken
sectie A nummers 4 (1 bunder 13 roeden 80 ellen bouwland), 1 (1 bunder 76 roeden 50 ellen bouwland), 7 (bouwland 31 roeden 30 ellen bouwland),
sectie B nummers 346 (1 bunder 19 roeden weiland), 456 (71 roeden 70 ellen bouwland), 159 (57 roeden 60 ellen bouwland), 460 (40 roeden 20 ellen bouwland), 461 (7 roeden hakhout), 517 (31 roeden 10 ellen weiland), 545 (1 bunder 10 roeden 60 ellen bouwland), 546 (52 roeden 30 ellen bouwland), 547 (96 roeden 20 ellen dennenbos), 549 (5 roeden 10 ellen bouwland), 550 (56 roeden weiland), 551 (86 roeden 60 ellen moeras), 552 (1 bunder 19 roeden 40 ellen weiland), 553 (14 roeden 10 ellen huis, schuur en erf), 554 (23 roeden 70 ellen tuin), 515 (43 roeden 50 ellen weiland), 556 (2 bunder 10 roeden 80 ellen bouwland), 580 (29 roeden 80 ellen weiland), 580a (53 roeden 80 ellen hakhout), 581 (89 roeden 30 ellen bouwland), 582 (11 roeden 30 ellen heide), 583 (81 roeden weiland), 1353 (1 bunder 8 roeden 80 ellen hooiland), 260 (3 roeden 36 ellen hooiland), 216 (* bunder 4 roeden 20 ellen dennenbos), 543 (68 roeden 80 ellen hakhout),
sectie C nummers 107 (82 roeden 10 ellen hooiland), 107a (18 roeden 10 ellen dennenbos), 125 (1 bunder 41 roeden 40 ellen weiland). In totaal bedraagt de oppervlakte dus 24 bunder 3 roeden en 82 ellen (RANB 036.03.03.78 mem.nr. 36).
[5] Achtergrond informatie bij Maria Cecilia:
Volgens de kohieren van het gemaalgeld wordt zij tot en met 1800 vermeldt als dochter bij Peeter Houtepen, Rijen Kerkstraat, half geld, en vervolgens tot en met 1808 voor het gehele bedrag.
Maria Cecilia Houtepen is volgens de successiememorie overleden met achterlating van haar echtgenoot Adrianus Oomen, en haar wettige erfgenamen, te weten haar zoon Hubertus Oomen (die op 30 juli 1839 in Terheijden met Anthonia Damen, dochter van Nicolaas en Maria Damen is gehuwd), haar kleinzoon Alphons Adrianus Hallet, zoon van haar overleden dochter Johanna Oomen, (die overigens niet als erfgenaam van zijn oudoom Christoffel Houtepen wordt genoemd) en haar kleinzoon Adrianus Hubertus Oomen, zoon van haar overleden zoon Petrus Josephus Oomen.
Bij testament op 23 november 1855 voor notaris Eugenius Fijtsmans te Waalwijk verleden, heeft zij over haar nalatenschap beschikt en daarbij aan haar echtgenoot gelegateerd het vruchtgebruik van haar gehele nalatenschap met uitzondering van haar kleren en al haar sieraden. Deze heeft zij aan haar kleindochter Maria Cecilia Oomen, dochter van haar oudste zoon Hubertus Oomen, gelegateerd.
Haar nalatenschap bestaat voorts uit een kavel hooiland aan de Koeweide te Waalwijk, kadastraal bekend gemeente Waalwijk sectie A nummer 278, groot 1.04.10 hectaren, een kavel bouwland, gelegen alsvoor, kadastraal bekend gemeente Waalwijk sectie B nummer 458, groot 44.10 are en een kavel bouw- en weiland, gelegen aan de Zein, kadastraal bekend gemeente Waalwijk sectie B nummers 240 tot en met 243, groot 2.01.90 hectare (RANB inv.nr. 036.03.17.59 mem.nr. 46).
[6] Achtergrond informatie bij Catharina (Catrien(a)/Catrina):
Blijkens de kohieren van het gemaalgeld woont zij in ieder geval tot en met 1808 op de Kerkstraat in Rijen. Volgens de staat der overledenen in de gemeente Gilze en Rijen van 19 december 1814 tot en met 25 december 1814 is Catharina Houtepen, wonende op nummer 321, overleden zonder iets na te laten (RANB Brabant 036.03.01.*.37 mem.nr. 264).
[7] Achtergrond informatie bij Digna (Dingena):
In de kohieren van het gemaalgeld wordt zij vanaf haar geboorte in 1790 tot en met 1808 als dochter vermeld bij Peeter Houtepen in Rijen aan de Kerkstraat. Haar dochter Johanna Maria is op 17 maart 1832 te Oosterhout geboren. Zij woonden toen in Oosterhout in wijk A nummer 13.
Blijkens haar successiememorie zijn haar vier kinderen: Pieter Kerkhof, schipper en wonende te Oosterhout, wijk A nummer 35 (tevens de laatste woonplaats van hun moeder), Adriaan Kerkhof, schipper en wonende te Oosterhout, Christoffel Kerkhof, vrachtrijder en wonende te Oosterhout, en Maria Kerkhof, huisvrouw van Roeland van Gool, schoenmaker en wonende te 's-Gravenhage, als ab-intestaat erfgenamen gerechtigd tot haar nalatenschap die bestaat uit de onverdeelde helft in een huis met erf en tuin, staande en gelegen te Oosterhout, sectie E nummers 327 en 328, groot 4 roeden 14 ellen respectievelijk 6 roeden 60 ellen, en een kavel bouwland, kadastraal bekend onder nummer 326, groot 84 roeden 10 ellen (RANB inv.nr. 036.03.11.39 mem.nr. 242). Aangezien Maria Kerkhof voor haar oom Christophel overlijdt is haar dochter Maria van Gool mede-erfgenaam in diens nalatenschap.
[8] Achtergrond informatie bij Annemaria (Anna Maria/Annemie/Annamie) (Houtepin):
Volgens de kohieren van het gemaalgeld wordt zij vanaf haar geboorte in 1792 tot 1808 (per die datum stopt de registratie) als dochter van Peeter Houtepen, wonende in Rijen aan de Kerkstraat, voor het halve bedrag aangeslagen. In 1841 woonde zij in Baardwijk.
Uit haar huwelijk met Johannes van Drunen zijn blijkens de successiememorie van haar broer vijf kinderen geboren met namen Pieter, Anna op 9 augustus 1822 te Baardwijk geboren en op 5 juni 1851 gehuwd met Pieter van Hulten (timmerman, geboren te Baardwijk op 18 april 1816, zoon van Peeter van Hulten en Catharina Bouwens), Cornelis Adrianus, Martinus Cornelis en Johannes. De laatstgenoemde Johannes was frater en erfde als enige kind van het gezin niet van zijn oom Christophorus (zie hiervoor onder Christophorus).
Blijkens de memorie van successie deden zes kinderen op 14 augustus 1848 aangifte voor het recht van successie: Adrianus en Peeter (beiden dienstknecht en wonende te Waalwijk), Johanna (zonder beroep en wonende te Tilburg), Martinus (bakker te Baardwijk), Cornelis (schoenmaker te Baardwijk) en Antonetta (zonder beroep en wonende te Baardwijk). Tot deze nalatenschap behoorde volgens hen de helft in een kavel bouwland (kadastraal bekend sectie C nummer 97 groot 1 bunder 28 roeden en 20 ellen) en de helft in een huis, schuur, erf en tuin met aangelegen wei- en bouwland (kadastraal bekend sectie E nummers 326 tot en met 330 tezamen groot 28 roeden 80 ellen), waarvan de waarde verder niet is vermeld (RANB 036.03.17.47 mem.nr. 124).
[9] Achtergrond informatie bij Joanna (Johanna):
Joanna wordt van 1795 tot 1808 als dochter bij Peeter Houtepen te Rijen aan de Kerkstraat vermeld. In 1825 woonde zij samen met haar echtgenoot, die bouwman was, aan de Kerkstraat wijk U nummer 333 met vier kinderen, een knecht en een meid. Volgens het boek Veldnamen in de gemeente Gilze-Rijen zou een Johanna Houtepen blijkens N2193, nr218bis in 1833 acht zwartbonte koeien in bezit hebben gehad: dit is veel in vergelijking tot de ander aldaar genoemde personen. Haar zwager Adriaan Oomen bezit er in 1836 slechts vijf!
Bij haar overlijden laat zij vier minderjarige kinderen achter, met namen Catharina, Maria (Catharina), Lucia en Petronilla Adriaansen, waarvan haar broer Christoffel Houtepen voogd wordt. Toeziend voogd over deze minderjarigen is Anthonij Jansen.
Haar oudste dochter Catharina trouwt op 6 november 1841 met Adriaan van Dongen (zoon van Cornelis van Dongen en Maria Catharina van Dongen) en overlijdt al op 13 mei 1845 met achterlating van een dochter, Johanna Christina van Dongen, die mede-erfgenaam is van haar oudoom Christophel Houtepen en bij hem in dienst is geweest (zie aldaar). Zij trouwde met Willem Hoefnagels, leerlooier en mede-oprichter van de harmonie Vlijt en Eendracht. Adriaan van Dongen, die op 15 augustus 1817 te Gilze-Rijen is geboren, overlijdt op 15 oktober 1877 te Gilze-Rijen. Adriaan van Dongen, zoon van Cornelus van Dongen en Maria Catharina van Dongen, was van beroep leerlooier.
Haar tweede dochter Maria (Catharina) Adriaansen, geboren te Gilze-Rijen op 4 oktober 1823, trouwt op 20 juni 1844 te Tilburg met Adriaan Teurlings. Als getuigen worden genoemd Arnoldus Teurlings, molenaar, 44 jaar, oom van de bruidegom en Adriaan van Dongen, looier, 26 jaar, zwager van de bruid, beiden wonende te Gilze-Rijen, alsmede twee niet-bloedverwanten. Maria Catharina overlijdt op 22 augustus 1909 te Tilburg na haar echtgenoot, die al op 17 augustus 1892 te Tilburg is overleden.
De twee jongste dochters, Lucia, die op 2 november 1825 te Gilze-Rijen is geboren en op 8 februari 1875 te Tilburg overlijdt, en Pitronella, die op 14 maart 1828 te Gilze-Rijen is geboren, worden in de successieaangifte van hun oom Christoffel allebei aangeduid als religieuse te Tilburg.